Tagarchief: Het Verweesde Bankwezen

“De heren bankiers hebben er een klerezooi van gemaakt”

“U hebt de bijna-ondergang van het kapitalisme bewerkstelligd, waar communistische partijen sinds de Tweede Wereldoorlog in heel Europa niet in zijn geslaagd.” Ewald Engelen houdt een vurig betoog. Mensen in de zaal lachen en applaudisseren. Wilfred Nagel van ING staart nors voor zich uit, alsof hij in een te zure appel heeft gebeten.

Vanavond, 3 februari ben ik bij het drukbezochte debat in De Balie over het Verweesde Bankwezen. Aanwezig zijn: Wilfred Nagel en Maurice Oostendorp, leden van de Raad van Bestuur van ING en van SNS Reaal, Sweder van Wijnbergen, hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam en Kees Vendrik, lid Algemene Rekenkamer.
Nooit gedacht dat de banken nog eens mijn interesse zouden hebben. Totdat ik twee uitzendingen van Radar zie over de schuldvraag en de bankencrisis. In begrijpelijke taal! Die uitzendingen raken me en mijn interesse is geboren.

Nagel benadrukt dat er veel óver banken gesproken wordt, maar vanavond ook mét de banken. En dat vindt hij goed. Ook vertelt hij dat nu, in vergelijking met een aantal jaren geleden, het risicodragend vermogen van de banken ongeveer verdubbeld is. “We hebben een redelijk efficiënt bankwezen, maar er is nog veel voor verbetering vatbaar”, hoor ik Nagel zeggen. “Zo moet er gezorgd worden voor simpele transparante producten tegen een faire prijs.”
Dat klinkt mooi! Ik vind het een hele geruststelling.

Dialoog
Daarna is het woord aan Oostendorp, die begint met een verwijzing naar het thema van het debat: “Het verweesde bankwezen…dat wil zeggen dat de banken geen ouders meer hebben.”
Oef, niet best, lijkt mij.
Oostendorp hoopt dat er over tien jaar herstel van vertrouwen is. “Een klant vertelde ooit aan mij dat hij 2 procent rente op zijn spaargeld krijgt, dat hij 4 procent rente voor zijn hypotheek betaalt en dat dit betekent dat wij 2 procent in eigen zak steken.” Hij benadrukt dat de bank gezamenlijkheid met de klanten zoekt en de dialoog wil aangaan. “Polarisatie is niet zinvol om tot verandering te komen. Er is een publiek manifest nodig om het vertrouwen te herstellen.”
De dialoog aangaan…Dat hoor ik vaak. Wie wil dat niet, tegenwoordig? Maar wat betekent het eigenlijk écht? Hoeveel invloed heb je als er een dialoog met je wordt aangegaan? Betekent dat je mag mee-beslissen of alleen maar zeggen wat je vindt?
Na de ‘bankenheren’ is het woord aan Sweder van Wijnbergen, hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens hem komen banken niet weg met de mededeling dat ze transparant moeten zijn. “Wat doe je als je ziet dat iemand zich de afgrond in werkt? Laat je hem dan daarin storten of ben je eerlijk, met het risico dat de klant naar een andere bank gaat?” vraagt Van Wijnbergen. In Amerika is afgedwongen dat banken meer eigen vermogen en meer regelgeving hebben. Volgens van Wijnbergen zou dat ook hier moeten gebeuren. “Banken met meer eigen vermogen hoeven minder gauw bij de overheid aan te kloppen als iets tegenzit.”

Collectief trauma
Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, ziet dat de fase van de ontkenning na een groot collectief trauma voorbij is. Bankiers beseffen nu dat ze de dialoog moeten aangaan. Vanavond is lovenswaardig. “Maar laten we niet vergeten,” zegt Engelen, “dat de heren bankiers er een klerezooi van gemaakt hebben! En dat er 120 miljard euro nodig was om ervoor te zorgen dat de kladderadatschj niet groter werd. Waarschijnlijk zijn we in 2017 pas weer op het niveau van 2008.” Maar Engelen wil ook vooruit kijken: hij vindt het “fantastisch dat we hier zitten”. Volgens hem is er inmiddels de nodige zelfreflectie bij de banken. Zo heeft Engelen onlangs zestig highpotentials van ING toegesproken. “Wie schetst mijn verbazing toen ik hen allemaal in een kring in vrijetijdskleding zag zitten en hun gesprekken gingen over ‘energie zoeken’, ‘dichtbij jezelf blijven’ en meer van dit soort klef spul. Dat was anders dan twee jaar geleden toen allen een pak en das droegen en het over liquiditeitsratio’s en solvabiliteitsratio’s ging.”
Kees Vendrik, lid Algemene Rekenkamer, signaleert dat de kredietverschaffing voor het MKB problematisch is en vindt dat er op korte termijn antwoord moet komen. Nagel herkent dit beeld niet en ziet ook niet aan de cijfers dat de banken de hand op de knop houden.

Ook al houdt de bank volgens Nagel de hand niet op de knop, feit is dat de last van de crisis voor een heel groot deel wordt afgewenteld op de burger. En die burger houdt wél de hand op de knip, met alle gevolgen van dien. Dat dit consequenties heeft voor het MKB én voor de werkgelegenheid, staat buiten kijf, lijkt mij.