Tagarchief: dementie

Dementie overschaduwt haar vroegere overbezorgdheid… misschien is dat wel een opluchting

‘Ze is niet helemaal honderd. Ze zit daar maar wat voor zich uit te kijken en zegt niets.’ 
Ongevraagd vertelt mijn moeder over een vrouw die bij haar op bezoek was in het verzorgingshuis en die –  net als zij – dementerend is. Mijn moeder die iets uit zichzelf vertelt en zich überhaupt herinnert wie er op visite is geweest! Dat is lang geleden. Meestal is ze niet zo scheutig met spreken. Wel vraagt ze veel, meestal hetzelfde een paar keer achter elkaar.

‘Is het vandaag zondag?’
‘Ja, mam, het is vandaag zondag.’ 
‘Komt er nog visite vandaag?’
‘Nee, ik ben er, mam.’
‘Is het vandaag zondag?’
‘Ja, mam, het is vandaag zondag.’
‘Komt er nog visite vandaag?’
‘Ik ben er toch?’

Het contrast met voorheen is schrijnend. Toen kon ik met haar praten en belde ze geregeld. ‘Laat je even weten als je goed aangekomen bent?’, drukte ze me dan op het hart als ik na een bezoek aan haar weer in de auto stapte. Vroeger, in een ver verleden, in een tijd dat er nog een gesprek mogelijk was. We bellen nooit meer. Waarschijnlijk is ze nu meteen vergeten dat ik bij haar ben geweest op het moment dat ik de deur achter me dicht trek. De ziekte dementie overschaduwt haar vroegere bezorgdheid. Misschien is dat wel een opluchting.  

Ik probeer mijn opkomend ongeduld en mijn geïrriteerdheid te onderdrukken. Ik prent mezelf in dat ze er niets aan kan doen dat ze dingen vergeet en steeds hetzelfde vraagt en zegt. Ik merk dat ik de neiging heb om de stiltes op te vullen met vragen. Dat werkt niet, het heeft een averechts effect: ze wordt er onrustig van. Het confronteert haar waarschijnlijk – en vooral ook mij – met de harde werkelijkheid dat ze niet meer helemaal bij is. Dat ze hulp nodig heeft bij het wassen en het aantrekken van haar kleren, dat ze niet weet wat ze met een washandje moet doen en met welk bestek ze soep moet eten, dat ze vaak niet weet wat ze moet doen. Moet ze gaan slapen, blijven zitten, koffie drinken? Ik neem me voor geen vragen meer te stellen, maar te vertellen wat ik meegemaakt heb. Ik vertel over het hondje van de buren, over kickboksen, zwemmen, over mijn dochter en mijn man, over de vakantie, over vriendinnen. Ze lacht aarzelend en eventjes zie ik in een flits de vrouw die ze was. 
We hebben contact.
Ik laat haar foto’s zien.
‘Jan staat er niet op!’, reageert ze alert. 
Verhip, dat ziet ze goed! Ik heb geen foto op mijn iPhone van mijn broer Jan, maar wel een foto van mijn zus en andere broer. 
We hebben contact.
Dat contact is er ook als ik samen met haar een kruiswoordpuzzel oplos. Ik lees hardop wat er staat, hoeveel letters het woord moet zijn. 
Ze weet verrassend veel woorden, meer dan ik. Die liggen verankerd in haar geheugen.

Er is altijd hoop.

Zorg op maat ‘Trek gewoon een peignoir aan!’

Mijn moeder, 93 en dementerend, woonde tot vorig jaar op zichzelf. Totdat ze struikelde in de badkamer en in het ziekenhuis belandde. Van daaruit verhuisde ze eerst naar een revalidatiecentrum en vervolgens naar de open afdeling van een verzorgingstehuis.

Onlangs nodigde de zorgcoördinator van het tehuis ons (mijn zus, mijn twee broers en mij) uit voor een gesprek. Ze had signalen gekregen dat mijn moeder vooral ’s avonds veel over de gangen dwaalde. In pyjama en op blote voeten. En dat was niet het enige. Mijn moeder liep ook met de verpleegkundigen mee, wanneer zij de kamers van de andere bewoners binnengingen. Kortom: mijn moeder was ‘lastig’ en men vroeg zich af of ze niet eerder op de gesloten afdeling thuis hoorde dan op de open afdeling.

We bereidden ons goed voor op het gesprek, vastbesloten ervoor te zorgen dat mijn moeder op de open afdeling zou mogen blijven. Vooraf namen we een kijkje op de gesloten afdeling.  We zagen ouderen, zittend aan tafel, slapend of wezenloos voor zich uitstarend. We schrokken ons kapot van een man met spierwit haar die om de haverklap keihard ‘PAPA’ schreeuwde en daarna ‘MAMA’. We ontmoetten een wereld van leegte, afgesloten van het leven. Ouderen, wachtend op de dood. En hier zou mijn moeder moeten bivakkeren? In een omgeving waar ze met niemand contact zou kunnen maken? Ze zou hier in een compleet isolement zinken en doodongelukkig worden.  
Wat een contrast met de open afdeling. Daar is ze graag. Met trots vertelt ze dat ze een mooie grote kamer heeft met een aparte slaapkamer en dat het personeel zo lief is. Ze voelt zich op haar gemak bij de bewoners met wie ze elke dag samen eet. Ze kennen haar en zij kent hen. Ze neemt enthousiast deel aan alle activiteiten die georganiseerd worden. Vooral in de taalspelletjes blinkt ze uit.

Na het bezoek aan de gesloten afdeling zijn we vastbesloten. Onze moeder hoort daar niet!  En met die overtuiging gaan we het gesprek aan met de coördinator en de huisarts van het verzorgingstehuis.
De coördinator vertelt over het dwalen van mijn moeder: ‘In pyjama, dat willen we toch niet!’
Dat willen we niet? Waarom mag mijn moeder eigenlijk niet gewoon in haar pyjama over de gang lopen? Wat is daar mis mee? Dat deed ze thuis ook! Kennelijk ben ik niet de enige die dat denkt, want de huisarts zegt laconiek dat dit gemakkelijk op te lossen is. ‘Leg een peignoir van mevrouw op de medicijnkar en trek die aan’, stelt ze voor. En het feit dat mijn moeder kamers binnenloopt? ‘Gewoon wat meer stoelen neerzetten op de gangen, dan kan ze daar gaan zitten. Zorg op maat noemen we dat’, aldus de huisarts, die tot slot benadrukt dat er meer dementerenden zijn op de open afdeling en dat mijn moeder niet de enige is.
Het voelt als een overwinning. Geen vrijheidsbeperkende maatregelen, maar gelukkig een huisarts die naar alternatieven zoekt.