Meisjesdroom (1)

“Nick, gooi die deur niet zo hard dicht!”
Nick! Ze haat die naam. Waarom zegt haar vader niet gewoon Nicky? Iedereen noemt haar toch zo! Bokkig trekt ze de capuchon over haar hoofd. Nu begint het ook nog te regenen. Ze rilt en duwt haar handen dieper in de zakken van haar jas.
“Opschieten, Tup”, maant ze het kleine teckeltje, dat ijverig snuffelt in het gras. Door haar vader moet Nicky nu weer aan dat gesprek denken dat ze lang geleden per ongeluk opving. Een gesprek tussen haar ouders.
“Mijn enige zoon die een meisje wil zijn”, hoorde Nicky haar vader zeggen. “Waar heb ik dát aan verdiend?”
Acht jaar was ze en ze begreep er niets van. Wat haar vader zei klonk akelig en ze kon het maar niet uit haar hoofd zetten. Inmiddels weet ze maar al te  goed wat hij bedoelde. Maar Nicky heeft er toch niet om gevraagd? Geboren worden als jongen, een jongenslijf hebben, maar geen jongen zijn. Nicky. Een meisje, geboren in het verkeerde lichaam. Een lichaam waar ze een hekel aan heeft. Een jongenslichaam: hoekig en dun…
“Kom, we gaan terug”, roept Nicky naar het hondje dat enthousiast naar haar toe rent en naar haar kuiten hapt. “Niet doen! Hier, je riem moet weer om.” Nicky grijpt Tup bij zijn nekvel en klikt vlug de riem vast aan de halsband.
“Gelukt, stoute hond”, zegt ze, terwijl ze even achter zijn oren kriebelt. “En nu snel naar huis”, roept ze en ze rent weg, met Tup op haar hielen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.