Maandelijks archief: april 2019

Jairo die zelf winnaar is, gunt Pim de beker

Bij de hbo-opleiding waar ik werk, vindt jaarlijks het INDEBAT plaats. Een dag waarop studenten met elkaar debatteren over een aantal stellingen. De weken ervoor krijgen ze les hierin en bereiden ze zich voor. Aan het einde van de dag worden de twee beste groepen gekozen. In de finale strijden deze tegen elkaar. De ene groep is vóór de stelling Vrouwen moeten een sterke financiële prikkel krijgen om voor ICT-studies te kiezen, de andere groep tegen. De groep die het beste debatteert, wint de beker.

Het is voor het eerst dat ik erbij ben. Gedurende het slotdebat besluit ik impulsief om video-opnames met mijn iPhone te maken. Terwijl ik alles zo goed mogelijk in beeld probeer te krijgen – de sfeer, de studenten, collega’s, de ruimte – spoken er allerlei gedachten door mijn hoofd. Kan ik dit wel doen? Had ik hiervoor geen toestemming moeten vragen?

Thuis plaats ik mijn opnames in iMovie. Kijkend naar de beelden zie ik pas écht hoe het slotdebat verliep. Wat me tijdens het filmen niet opviel, wordt nu uitvergroot getoond.
Terwijl de beker wordt uitgereikt aan de winnaars gebaart Jairo dat zijn groep moet gaan staan om hem in ontvangst te nemen. Vol overtuiging wijst hij naar Pim. Pim die zo’n rake opmerking maakte tijdens het debat, waardoor de zaal ging joelen. Jairo vindt dat Pim de beker moet aannemen. Jairo die zelf winnaar is, gunt Pim de beker. Dat is klasse.
En wat te denken van Omar, die meestal vrij afwachtend is. Is dat Omar? Hij kan nauwelijks stil zitten en popelt om te praten. En dan Anouk, die kordaat de argumenten van de tegenstanders pareert.

De beelden raken me. Ze laten studenten zien die keihard aan het werk zijn. Bezig met overleggen, nadenken, luisteren, argumenteren. En elkaar de ruimte gunnen en geven.
De energie en het enthousiasme spatten ervan af!

Zorg op maat ‘Trek gewoon een peignoir aan!’

Mijn moeder, 93 en dementerend, woonde tot vorig jaar op zichzelf. Totdat ze struikelde in de badkamer en in het ziekenhuis belandde. Van daaruit verhuisde ze eerst naar een revalidatiecentrum en vervolgens naar de open afdeling van een verzorgingstehuis.

Onlangs nodigde de zorgcoördinator van het tehuis ons (mijn zus, mijn twee broers en mij) uit voor een gesprek. Ze had signalen gekregen dat mijn moeder vooral ’s avonds veel over de gangen dwaalde. In pyjama en op blote voeten. En dat was niet het enige. Mijn moeder liep ook met de verpleegkundigen mee, wanneer zij de kamers van de andere bewoners binnengingen. Kortom: mijn moeder was ‘lastig’ en men vroeg zich af of ze niet eerder op de gesloten afdeling thuis hoorde dan op de open afdeling.

We bereidden ons goed voor op het gesprek, vastbesloten ervoor te zorgen dat mijn moeder op de open afdeling zou mogen blijven. Vooraf namen we een kijkje op de gesloten afdeling.  We zagen ouderen, zittend aan tafel, slapend of wezenloos voor zich uitstarend. We schrokken ons kapot van een man met spierwit haar die om de haverklap keihard ‘PAPA’ schreeuwde en daarna ‘MAMA’. We ontmoetten een wereld van leegte, afgesloten van het leven. Ouderen, wachtend op de dood. En hier zou mijn moeder moeten bivakkeren? In een omgeving waar ze met niemand contact zou kunnen maken? Ze zou hier in een compleet isolement zinken en doodongelukkig worden.  
Wat een contrast met de open afdeling. Daar is ze graag. Met trots vertelt ze dat ze een mooie grote kamer heeft met een aparte slaapkamer en dat het personeel zo lief is. Ze voelt zich op haar gemak bij de bewoners met wie ze elke dag samen eet. Ze kennen haar en zij kent hen. Ze neemt enthousiast deel aan alle activiteiten die georganiseerd worden. Vooral in de taalspelletjes blinkt ze uit.

Na het bezoek aan de gesloten afdeling zijn we vastbesloten. Onze moeder hoort daar niet!  En met die overtuiging gaan we het gesprek aan met de coördinator en de huisarts van het verzorgingstehuis.
De coördinator vertelt over het dwalen van mijn moeder: ‘In pyjama, dat willen we toch niet!’
Dat willen we niet? Waarom mag mijn moeder eigenlijk niet gewoon in haar pyjama over de gang lopen? Wat is daar mis mee? Dat deed ze thuis ook! Kennelijk ben ik niet de enige die dat denkt, want de huisarts zegt laconiek dat dit gemakkelijk op te lossen is. ‘Leg een peignoir van mevrouw op de medicijnkar en trek die aan’, stelt ze voor. En het feit dat mijn moeder kamers binnenloopt? ‘Gewoon wat meer stoelen neerzetten op de gangen, dan kan ze daar gaan zitten. Zorg op maat noemen we dat’, aldus de huisarts, die tot slot benadrukt dat er meer dementerenden zijn op de open afdeling en dat mijn moeder niet de enige is.
Het voelt als een overwinning. Geen vrijheidsbeperkende maatregelen, maar gelukkig een huisarts die naar alternatieven zoekt.