Maandelijks archief: februari 2018

“Wij schudden de boel wakker” De komst van de PVV in de Almeerse gemeenteraad

“Het lijkt nergens op, een spuitinrichting in het centrum van Almere”, zegt PVV’er Toon van Dijk tijdens de gemeenteraadsvergadering, op een donderdagavond in april. Van Dijk ziet eruit alsof hij net van een zonvakantie terug is. “Ik ben niet tegen een drugshostel, maar wél op die locatie”, zegt hij en strijkt zijn halflange haar naar achteren. Daarbij kijkt hij wethouder Johanna Haanstra nauwelijks aan. Hij doet of hij verbolgen is.
De discussie wordt fel. “Is het niet naïef om te denken,” vraagt een VVD-raadslid, “dat een hostel geen overlast geeft voor de omwonenden?” Wethouder Johanna Haanstra (PvdA) heeft rode konen. Het afgelopen jaar heeft ze zich sterk gemaakt voor de komst van een opvangcentrum voor drugsverslaafden in het centrum van Almere. Met het verzet van de PVV in de raad hangt haar besluit aan een zijden draad. Haanstra verheft haar stem: “Wij hopen dat het stelen door de aanwezigheid van een hostel juist minder wordt.” “Maar stel dat de overlast de perken te buiten gaat? Welke maatregelen neemt de wethouder dan?” vraagt Van Dijk. “Voordat ik echt boos word,” antwoordt de wethouder, “geef ik het woord weer aan de voorzitter, ik héb die vraag al beantwoord.” De zaal lacht. Van Dijk zegt hard:”De wethouder zwalkt. U bent niet concreet en doet een boterzachte toezegging.”
Het publiek applaudisseert. Zo’n tachtig belangstellenden, die de raadsvergadering opluisteren, zijn het kennelijk eens met Van Dijk. De zaal is stampvol, het is er bedompt. De PVV heeft het hostel opnieuw op de agenda geplaatst, ook al besloot de raad negen maanden geleden dat het opvanghuis voor verslaafden in het centrum gevestigd wordt. Dicht bij het winkelcentrum en dicht bij Echnaton, een middelbare scholengemeenschap.
“U heeft vast onderzocht in welke wijk het hostel dan wél moet komen,” zegt een raadslid van het CDA, “u hoest wel wat wijken op.” Van Dijk zucht: “Daar ga ik niet over. Dat is aan het college.” De voorzitter wordt regelmatig onderbroken door raadsleden en vraagt dan om stilte. “Mag ik even het woord? Ik ben de voorzitter”, roept zij. Een raadslid van de VVD roept aan het einde van de avond: “Voorzitter, ik krijg bijna een rsi-arm van het zwaaien naar u om ook wat te mogen zeggen. Waarom geeft u wel ruimte aan de heer Van Dijk en niet aan mij? Alleen al daarom wil ik het onderwerp volgende week weer op de agenda.”

De PVV werd bij de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 met 9 van de 39 zetels de grootste partij van Almere. Met haar komst lijkt de cultuur van de raadsvergaderingen te veranderen. Het zijn kat-en-muisspelen waar raadsleden elkaar met woorden onderuit halen. Wat is de strategie van de PVV in de Almeerse gemeenteraad? Twee maanden in het kielzog van een partij die de boel wakker wil schudden.

Onderhandelingen

Na de overwinning probeerde PVV-lijsttrekker Raymond de Roon in Almere een college te vormen, maar gesprekken met de andere partijen mislukten. De PVV verweet de partijen dat die haar bewust buitensloten, terwijl de andere partijen zeiden dat er met de PVV niet te praten viel.
“Op voorhand werden wij al door het grootste deel van de partijen vermeden”, zegt Toon van Dijk. “Alleen met de VVD hadden wij een constructief gesprek.” SP’er Peter Duvekot vindt juist dat Raymond de Roon zich niet openstelde. “In zijn eerste toespraak zei hij: ‘Jullie maken de PVV zwart. Ga daarmee vooral door, we varen er wel bij.’” Duvekot vindt dat geen mooie start.
“Raymond de Roon is heel fatsoenlijk en plezierig in de omgang,” zegt Wim Faber, voorzitter van het CDA, “alleen jammer dat we na een half uur onderhandelen weer op straat stonden.” Volgens hem gebruikte de partij het onderwerp hoofddoekjes als opmaat om dingen naar zich toe te trekken. “Dat klopt,” zegt Jan Lems, raadslid van D66, “als iets riekt naar islamitisch, maakt de PVV het groot.” Zijn partij stond na 20 minuten onderhandelen met De Roon weer buiten.
De PVV nodigde Leefbaar Almere als enige partij niet uit voor coalitieonderhandelingen, omdat fractieleider Frits Huis in een column in Trouw had geschreven dat discriminatie als een bruine draad door het programma van de PVV loopt. ‘Huis maakt ons uit voor bruinhemden’, liet de PVV weten, een bijnaam voor de volgelingen van de Sturmabteilung (SA) in de Tweede Wereldoorlog. “Ik heb gezinspeeld op het bruine gedachtegoed”, vertelt Huis nu laconiek. “Ik moest eerst mijn excuses aanbieden, pas daarna mochten we mee-onderhandelen. Dat heb ik niet gedaan.” Volgens hem is sinds de komst van de PVV vooral de beveiliging veranderd. Hij signaleert overal bewakers en ook politiemensen in burger, die veel geld kosten.

Eind maart 2010 strandden de coalitieonderhandelingen. Informateur Hans Andersson doet daarna een tweede poging om een college te vormen, maar concludeert al gauw dat de PVV inhoudelijk en ideologisch te ver van het politieke midden staat: over alles moeten vechten is niet goed voor de bindingskracht. Medio april is het duidelijk: de PVV blijft in Almere definitief uit het college van burgemeester en wethouders.

Moties

Donderdagavond 29 april op het stadhuis van Almere. Opnieuw staat het hostel op de agenda. De PVV en Trots op Nederland hebben ieder een motie ingediend, die in de raadszaal besproken wordt. Buiten schemert het. Mensen praten en lachen er. Bastonen dringen gedempt de raadszaal in. Het is Koninginnenacht 2010.
Een luide gong kondigt het begin van de vergadering aan. Burgemeester Annemarie Jorritsma vertelt trots dat wethouder Johanna Haanstra benoemd is tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Uitgerekend nu ze onder vuur ligt. Het handjevol bezoekers in de zaal en de raadsleden applaudisseren. Haanstra lacht verlegen.
Toon van Dijk licht zijn motie toe. Op twee videoschermen links en rechts is hij groot in beeld. “Henk en Ingrid willen geen hostel.” Er klinkt gelach. Henk en Ingrid, het ijkstel van de PVV. Blanke Nederlanders tussen de 20 en 50 jaar, die niet willen betalen voor Ali en Fatima. Voorstanders van minder immigratie. Van Dijk: “Het hostel in het centrum vestigen, is volstrekt onverantwoord.” “U maakt het college verwijten,” merkt de fractievoorzitter van GroenLinks op, “maar ik daag u uit om ook mee te denken.” Dat wil Van Dijk ook wel, maar éérst moet het college alternatieve locaties aandragen.
Daarna licht de fractievoorzitter van Trots op Nederland zijn motie toe. Zijn partij wil de garantie dat elke inwoner van het hostel behandeld wordt voor zijn verslaving en dat de straathandel in drugs aan banden wordt gelegd. “Ik ben met stomheid geslagen door deze laffe houding van Trots”, roept Van Dijk. “Jullie zijn tegen het gedoogbeleid, maar komen vervolgens met een motie die dat toestaat. U wijkt af van het landelijk programma.” De fractievoorzitter kleurt rood, maar blijft kalm: “En ú weigert een oplossing aan te dragen”, zegt hij. “Ik ben blij dat ik lid ben van een partij waar je lokaal nog zelfstandig kunt denken”, merkt de fractievoorzitter van GroenLinks pesterig op.

Na 56 dagen onderhandelen wordt op 19 mei het nieuwe college gepresenteerd, bestaande uit PvdA, VVD, D66 en CDA/ChristenUnie. Een dag later wordt de motie van de PVV tegen het hostel in stemming gebracht. Maar voordat het zover is, geeft Van Dijk aan ‘eerst nog een keer met de VVD-fractie en het nieuwe college van gedachten te willen wisselen’. De motie wordt aangehouden. Dat betekent dat de PVV op een later tijdstip erop terugkomt.

Wandelgangen

Peter Duvekot bespeurde de eerste weken woede bij sommige PVV’ers. “Alsof hen persoonlijk iets was aangedaan. Dat begint nu een beetje weg te trekken.” Met een aantal PVV’ers kan hij wel samenwerken, vooral dan met diegenen die openstaan voor ‘gewoon menselijk contact’.
Volgens Wim Faber gaan de PVV’ers tijdens vergaderingen snel in de aanval en maken dan hun standpunt onmiddellijk duidelijk. “Ook mengen ze zich niet met de andere raadsleden”, vertelt hij. “Je ziet ze bijvoorbeeld niet bij de koffieautomaat.” Jan Lems bevestigt dit: “Na afloop van een bijeenkomst blijven andere partijen napraten, zij doen dat niet.” Bij de andere partijen loopt hij gemakkelijk even binnen, bij de PVV niet. Alleen met Chris Jansen heeft hij wat meer contact: hij spreekt hem wel eens bij het zaalvoetbal.
“Tijdens de vergadering is de toon wat harder: je strijdt immers voor de Almeerse stemmen”, vertelt PVV’er Chris Jansen. Maar buiten de vergaderingen probeert hij medestanders te vinden, zoals bijvoorbeeld in de kwestie van het hostel. “Jammer dat de VVD daarin draait”, zegt Jansen. Nu er een nieuw college is, zijn de coalitiepartijen volgens hem minder scherp, omdat ze hun wethouder niet willen afvallen.
Klaas Jongejan van de VVD vindt dat door de komst van de PVV de toon waarop vergaderd wordt, is veranderd. “De partij gebruikt regelmatig grove taal”, zegt hij. “De taal van jongens van 18, 19 jaar. Straattaal, die niet past in een gemeenteraad.” Hij merkt op dat de PVV anderen niet in hun waarde laat en bij voorbaat al geen ruimte geeft. “Na afloop van een vergadering verzamelt de kloek haar kuikens en verlaat via de zijdeur de zaal.” Hij doelt op De Roon en Van Dijk. Jongejan vindt ze niet betrokken, omdat ze zich niet begeven tussen de andere raadsleden. “Waarschijnlijk is de PVV vanuit Den Haag stringent geïnstrueerd hoe zich te gedragen.”
Wat vindt Toon van Dijk van die kritiek? “De Almeerse raadsleden zijn makke schapen”, zegt hij. “Schapen die achter het college aanhollen.” Uitzonderingen daargelaten, vindt hij de raad weinig kritisch. “Wij willen,” zo zegt Van Dijk, “de boel wakker schudden en de zaken scherper aanzetten.”

Beginnende raadsleden

“De gemeentelijke verordening klopt voor geen meter”, zegt PVV’er Chris Jansen tijdens een van de eerste raadsvergaderingen die hij bijwoont. “Het verbaast mij dat de andere partijen ermee akkoord gaan.” Op de agenda staat de verordening antidiscriminatievoorziening. Jansen maakt een onberispelijke indruk: keurig in zwart pak, zijn haren netjes gekamd. Af en toe kijkt hij in zijn documenten en likt daarbij aan zijn vinger om de pagina’s om te slaan. Duidelijke taal, daar houdt Jansen van.
Bij het bespreken van de besluitenlijsten neemt Colette Bertram van de PVV als eerste het woord. Ze wil onmiddellijk een plenair debat. Bertram is een vrouw van middelbare leeftijd met bruin, halflang haar. Ze heeft een felgroen jasje aan met daaronder een bruine rok met ruches aan de onderkant en zwarte zomerschoenen met hoge hakken. Een beetje stijfjes, maar op haar linkerenkel prijkt een tatoeage. De voorzitter legt uit wat de spelregels zijn: “U kunt iemand uitdagen tot debat, maar dat wordt niet dezelfde avond gevoerd. Vanavond kunt u meningen en informatie uitwisselen.” Bertram verontschuldigt zich: “Mijn excuses, dan trek ik het voorstel weer in.” Kaarsrecht zit ze op haar stoel en zij kijkt dapper naar de voorzitter.
Na afloop, in de vergaderkamer van de PVV, lukt het om een paar vragen te stellen aan Toon van Dijk en Chris Jansen. Hoe ervaren zij hun entree in de Almeerse gemeenteraad? “Wij PVV’ers zijn allen nieuw in de politiek, met uitzondering van de heer De Roon. Maar we brengen wel onze arbeidservaring mee”, zegt Jansen. “Politiek bedrijven gaat de een wat makkelijker af dan de ander.” Hij wijst naar Van Dijk, die advocaat is en een voorbeeld voor hen allen. Jansen vindt zichzelf ook een debater. “Ik zit mijn leven lang in de sales. En of je nu een product, een dienst of een standpunt verkoopt, dat maakt in principe niet veel uit.”
Is het mogelijk een fractievergadering van de PVV bij te wonen? Jansen vindt het prima. “Dan kunt u een verzoek per mail indienen”, zegt hij vriendelijk. Als door een wesp gestoken, veert Van Dijk op van zijn stoel en zegt beslist: “Daar kan ik heel duidelijk in zijn, dat gaat niet gebeuren.”