Maandelijks archief: februari 2016

Verder kijken dan je neus lang is

“De VVD beweert dat 45% van de Almeerders in een sociale huurwoning een scheefhuurder is. Dat is nonsens”, zegt John van der Pauw (PvdA). “Deze uitspraak is feitelijk onjuist. Het gaat erom dat 45% van de huurders in een huurwoning geen huurtoeslag heeft”, verduidelijkt hij. “Die 45% is een ambtelijke schatting”, antwoordt Irene Hooff (VVD). “Ik ben ervan overtuigd dat dit een goede schatting is.”

Ronde Tafelgesprek
Het voorstel Middeldure huur van Hooff is aanleiding voor een Ronde Tafelgesprek tijdens de Politieke Markt op donderdagavond 18 februari. Hooff licht toe dat middeldure huur
(€ 650-900 per maand) een onderontwikkeld segment is in Almere: er is een groot tekort aan dit type woningen. “De middeldure huurwoningen zijn onder meer interessant voor zzp’ers, die niet altijd kunnen kopen en voor ouderen die naar een kleiner huis willen”, aldus Hooff.

De deskundigen aan tafel bevestigen het tekort aan middeldure huurwoningen.
Volgens Dirk Harmens (Aqua Vastgoed) is er inderdaad heel veel vraag naar woningen met een huur tussen de 600 en 1000 euro.
Martijn van Riet (MKB Group) is bezig met het herontwikkelen van leegstaande kantoren en woningen. “Wij maken appartementen in leegstaande kantoren en combineren zo leegstand en woningbehoefte” vertelt hij. “Dat hebben we al zo vaak gezegd”, reageert Zoubida Bouljhaf (GroenLinks), “leegstaande kantoren, bouw ze om naar woningen!”
Onlangs heeft Van Riet 12.000 vierkante meter aangekocht in Lelystad, waarop 200 woningen gerealiseerd worden. In Lelystad ging dit goed. “Daar is een speciale afdeling nieuwe initiatieven. In een week tijd hebben we alles erdoor geramd”, vertelt hij. In Almere stuit hij echter op meer weerstand. Hij ervaart dat de procedures heel stroperig zijn en dat lokale ambtenaren in Almere niet helemaal op de hoogte zijn. Chris Jansen (PVV) geeft aan het belangrijk te vinden van Lelystad te leren.
Anton van Klooster (Hallie & Van Klooster makelaardij Amsterdam) vindt dat Almere een kans biedt aan mensen die in Amsterdam niet meer aan een middeldure huurwoning komen. “De grondprijzen stijgen daar door druk op de woningmarkt en er zijn bijna geen middeldure woningen meer te realiseren”, vertelt hij. “Het gaat dan vooral om jonge mensen die net gaan samenwonen en zzp’ers.”
Martine van Bemmel (D66) is verbaasd over de agendering van het voorstel door de VVD, omdat haar eigen ervaringen met het vinden van een middeldure huurwoning anders waren. “Ik kwam snel aan een huurwoning!” Ze denkt dat het aanbod wel voldoende is en dat de wachtrijen niet lang zijn. “Het probleem is echter hoe je mensen kunt laten doorstromen,” zegt ze.

Ontwikkelingen signaleren
De uitspraken van raadslid Van Bemmel intrigeren me. Hoe komt ze erbij om alleen op basis van haar eigen ervaringen te denken dat het aanbod wel voldoende is? Ik vind het de taak van een gemeenteraadslid om ontwikkelingen in de samenleving te signaleren en zich breed te informeren. Het vormen van een mening op basis van eigen ervaring is niet genoeg! Een raadslid moet verder kijken dan zijn neus lang is.

Het simpel plaatsen van een zoekopdracht ‘middeldure huurwoningen’ via internet levert diverse bronnen op waarin bevestigd wordt dat er inderdaad een tekort is aan deze woningen.
Zo staat op de site van het Planbureau voor de Leefomgeving dat de meeste Nederlanders in een koopwoning of in een sociale huurwoning wonen en dat maar 5% van de totale woningvoorraad een ‘geliberaliseerde huurwoning’ is. Vooral bij jonge huishoudens tot 35 jaar met een midden- tot hoger inkomen is een toename van de vraag te verwachten. Zij kunnen niet (door bijvoorbeeld het ontbreken van een vast arbeidscontract) of willen niet (geen zin om zich al te ‘settelen’ in een koopwoning) altijd een huis kopen. Ook is te lezen dat onder senioren (55+) met een eigen huis een lichte toename van de vraag naar geliberaliseerde huurwoningen te verwachten is.
Op een andere site lees ik dat Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningmarkt van de TU Delft, denkt dat een gezonde woningmarkt een aandeel nodig heeft van zo’n 20 procent middeldure vrije sector huurwoningen. Nu is dat 5 procent. Volgens hem zal dat aandeel niet worden gehaald zolang de sociale huur- en koopsector zijn gesubsidieerd en de vrije sector huurmarkt niet.
Minister Stef Blok roept in december 2015 gemeenten op voortvarend aan de slag te gaan met de bouw van middeldure huurwoningen. Het aanbod van geliberaliseerde huurwoningen zal volgens hem nu vooral moeten komen van grote commerciële ontwikkelaars en institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen), omdat met de invoering van de Woningweg 2015 woningcorporaties teruggekeerd zijn naar hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen of mensen die om andere redenen moeilijk passende huisvesting kunnen vinden, goed en betaalbaar kunnen wonen.

Waakhond

“Het voorstel van de VVD is broddelwerk, waarbij hele zware termen gebruikt worden”, zegt John van der Pauw (PvdA) verontwaardigd tijdens de gemeenteraadsvergadering op donderdagavond 11 februari. Van der Pauw doelt daarmee op het feit dat gesproken wordt over de hele raad die iets stelt. “Kom op, zeg! Ik bepaal zelf wel wat ik vind. Er is sprake van collegiaal bestuur; je kunt het niet over die ene wethouder hebben.“ Ook Jannie Degenhardt (Leefbaar Almere) vindt de beschrijving door de VVD een pijnlijke verwijzing naar een persoon. Jan Lems (D66) spreekt van onnodig vertoon.
Door het voorstel Handelwijze van het college, in het bijzonder de portefeuillehouder Onderwijs, ingediend door Hilde van Garderen (VVD), ligt wethouder René Peeters (D66) onder vuur.

Informatieplicht
Aanleiding voor de agendering is de verwarring over hoe het college moties van de raad interpreteert en uitvoert. Bij de fractie van de VVD is met name verwarring ontstaan over de uitvoering van de motie Integrale Kindcentra (IKC) en Sterrenschool. De VVD verwijt de wethouder dat hij zich niet aan zijn actieve informatieplicht heeft gehouden.
Als reactie op de uitspraken van Van der Pauw en Degenhardt verzekert Van Garderen dat het vertrouwen in de wethouder niet ter discussie staat. Peeters reageert opgelucht. ”Ik ben blij dat de toon van het voorstel niet zo bedoeld is, want ik heb niet de indruk de raad in onvoldoende mate te hebben voorgelicht. ”

Tegengas
Roelie Bosch (ChristenUnie) en Asjen van Dijk (SP) zijn de enige raadsleden die tegengas geven. Bosch meent dat het nu juist wel specifiek over de portefeuillehouder Onderwijs moet gaan. Zij wil graag zijn antwoord. “We zitten hier niet voor niks. Het is inderdaad zo dat we soms langs elkaar heen praten en het is goed om dat te benoemen. Daar kunnen we van leren”, aldus Bosch.
”Als raad mogen we hoge eisen stellen aan de informatieplicht van het college”, zegt Van Dijk. Gedurende de vergadering laat hij zich niet afleiden en blijft hij terugkomen op de plicht van het college om de raad te informeren.

Aan het einde van de bijeenkomst wordt besloten om tijdens een studiedag met raad en college gezamenlijk het onderwerp informatieplicht nog een keer zorgvuldig te bespreken.

Volgzame raad
Ik vind het moeilijk om de vergadering te volgen, met name als er inhoudelijk op de moties IKC en Sterrenschool wordt ingegaan. Ik blijk niet de enige te zijn, want raadslid Zoubida Bouljhaf (GroenLinks) geeft herhaaldelijk aan het verwarrend te vinden.
Ik vind dat een college ervoor moet zorgen dat een raad op cruciale momenten essentiële informatie krijgt. Dat dit niet altijd gebeurt, blijkt uit het boek El Rey Van jager tot prooi van Hans Goossens en Theo Sniekers. Zij schetsen het beeld van een wethouder in Roermond die lekker zijn gang kon gaan, nauwelijks gehinderd door een meestal volgzame gemeenteraad. Een raad die het initiatief wel heel gemakkelijk aan het college liet. Volgens de schrijvers heeft een wethouder juist baat bij tegenspraak. Het is niet de bedoeling dat de gemeenteraad niet doorvraagt of dat er de andere kant wordt opgekeken of dat zaken zomaar voor kennisgeving worden aangenomen. Een raad moet juist kritisch zijn, weten waarover het gaat en vragen stellen. Een gezond wantrouwen is goed.
Eigenlijk is de raad een waakhond.
Een waakhond slaat aan als iets niet klopt. Die rol hebben Bosch en Van Dijk prima vervuld.

Verschil

In de lerarenkamer van mijn dochters middelbare school wacht ik op de leerkracht met wie ik een gesprek heb. Een leraar en leerling zijn in dezelfde ruimte en praten over het gedrag van de jongen en zijn moeite om zich tijdens de lessen te concentreren. Ik kan hen niet zien, maar hoor alleen hun stemmen.
“Nou, wegwezen naar je klas en niet vertellen dat je een stukje chocola gehad hebt”, hoor ik de leraar aan het eind van het gesprek zeggen.
“Ik heb er maar één gehad en u twee”, stelt de leerling.
Even is er een stilte.
“Dat klopt”, antwoordt de leraar, “want ik heb het betaald.”

Grenzen

“Als hoeder van de openbare orde had de burgemeester meer de grenzen van de wet moeten opzoeken”, zegt Toon van Dijk (PVV) tijdens de Politieke Markt van donderdag 4 februari. Hij reageert daarmee op het besluit van burgemeester Franc Weerwind om de bijeenkomst met twee salafistische sprekers eerder in de week niet te verbieden, maar toe te staan. Van Dijk vindt dat de burgemeester een verbod had moeten opleggen.

Hoe is Weerwind tot zijn besluit gekomen?
“Ik heb informatie ingewonnen bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de politie en het Openbaar Ministerie”, vertelt hij, in het bijzijn van politie en OM. “Daarna vond er een gesprek plaats met Stichting Dawah Groep, de organisatie van de meeting. Mijn conclusie was dat er geen juridische mogelijkheid was om te verbieden. Uitspraken van de sprekers waren namelijk niet zodanig te duiden dat ze een gevaar opleverden voor de openbare orde en veiligheid.” Weerwind benadrukt dat functionarissen van de politie en de gemeente bij de bijeenkomst aanwezig waren. Er werden geen strafbare uitingen gedaan; de bijeenkomst verliep zonder problemen.
Ulysse Elian (VVD) vindt de verantwoording van de burgemeester onbevredigend. “Er wordt nu alleen maar benadrukt: de wet is de wet, het OM is neutraal en de politie stond erbij en keek ernaar. Maar hoe is de afweging van de burgemeester tot stand gekomen? Is er bijvoorbeeld een hoogleraar of een andere deskundige geraadpleegd?” Ook vraagt Elian zich af of de voetbalwet niet ingezet had kunnen worden om de bijeenkomst te verbieden of mensen te weren.
In tegenstelling tot de PVV en de VVD vinden D66 en PvdA dat Weerwind juist heeft gehandeld. “Ik zie geen gronden waarom de bijeenkomst verboden had moeten worden”, aldus Jan Lems (D66). “De burgemeester heeft zich keurig aan de grondwet gehouden.”

Ik volg het debat met gemengde gevoelens. Terwijl ik luister naar de uitvoerige uiteenzettingen van de raadsleden, dwalen mijn gedachten af naar de aanslagen op Charlie Hebdo en de concertzaal Bataclan. Stel dat die aanslagen niet in Frankrijk, maar in Nederland hadden plaatsgevonden, zou de burgemeester de bijeenkomst dan nog steeds hebben toegestaan? Zou Lems dan nog steeds hebben volgehouden dat de samenkomst niet verboden had kunnen worden?

Ik denk het niet.

Want dan waren er andere ervaringen geweest. Ervaringen, op basis waarvan we waarheden creëren en grenzen aangeven.
Onlangs volgde ik een training aanpak radicaal gedrag. Deelnemers kregen diverse cases voorgelegd waarbij aangegeven moest worden wanneer er alarmbellen gingen rinkelen. Toen ik de zin Michael is Afghanistan veteraan hoorde, drukte ik meteen op alarm. Ik zweefde naar het verleden, jaren terug in de tijd, toen een studente van de hogeschool waar ik werk, vermoord werd door haar ex-vriend. Een oorlogsveteraan. Voor mij riepen de woorden Afghanistan veteraan associaties op met deze moord. De casus bleek voor mij een andere betekenis te hebben dan voor de rest van de groep, die de zin niet alarmerend vond.
Ik denk aan Wilders, die tijdens een bijeenkomst van de PVV op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen vraagt of men meer of minder Marokkanen in de stad en in Nederland wil. De zaal antwoordt “minder, minder, minder”. Een politiek leider die ongenuanceerd een groep mensen op grond van ras beledigt? Not done!

Ik schrik op uit mijn gedachten en hoor dat de burgemeester het debat eindigt met de opmerking dat hij zorgvuldig overlegd heeft met diverse partijen en goed notie heeft genomen van de discussies. Hij vindt het belangrijk om de dialoog te blijven voeren.
Dialoog…een mooi woord. Maar welke dialoog met wie bedoelt Weerwind eigenlijk? Ik heb vanavond gehoord dat hij met veel partijen overlegd heeft. Maar ik heb niet gehoord dat de burger in die dialoog betrokken is. Kennelijk is dat nog een brug te ver.

Of vergis ik me?