Maandelijks archief: juli 2013

Meisjesdroom (5)

 

“Nicky, we gaan eten!”
Nicky schrikt. Het gaat zo lekker met haar spreekbeurt. Bijna af! Ze rekt zich uit en geeuwt. Dan slaat ze de tekst op. Stel je voor dat ze dát vergeet. 

“Het ruikt lekker, mam. Wat eten we?” vraagt Nicky als ze beneden komt.
“Stamppot. Dek jij even de tafel?”
“Sorry, mam, van daarnet. Maar ik ga morgen echt niet naar de kapper.”
“Strakjes, ik ben nu met het eten bezig”, wimpelt haar moeder af.
“Waar is pap?”
“Nog even met Tup naar buiten.”
“Ik was toch net met hem geweest?”

Even later zitten ze met z’n allen aan tafel: vader, moeder, Carlijn en Nicky.
“Is er iets?” vraagt Carlijn.
Nicky blikt naar haar vader. Waarom kijkt hij zo streng?
“Ik hoorde van mama dat je niet van plan bent om naar de kapper te gaan. Moest je zo tegen haar tekeer gaan?” vraagt hij bars.
“Ik wil niet dat mijn krullen eraf gaan. Ik wil lang haar.”
Wat klinkt haar stem raar. Alsof ze schor is.
“Dat kun jij wel willen, maar dat willen wij niet.”
Nicky staart naar haar bord. Ze heeft opeens geen honger meer.
“Waarom moet Nicky eigenlijk naar de kapper?” vraagt Carlijn. “Dat lange haar staat haar juist zo mooi!”
Nicky ziet dat haar vader rood wordt en haar moeders ogen heen en weer schieten.  
“Bemoei je er niet mee, Carlijn!”
“Pap, ik ben zestien, hoor!”
Nicky houdt haar adem in. Dit gaat goed en niet goed. Wat lief dat Carlijn haar helpt! Maar haar vader…haar vader. Zijn hoofd is nog roder dan eerst.
Waar ze het lef vandaan haalt, weet ze niet. Maar ze hoort zichzelf vragen: “Waarom mag ik geen meisje zijn?”
En dan gaat ze verder: “Ik kan het niet, een jongen zijn. Ik ben het niet en ik wil het ook niet zijn! Ik weet wel wat je toen zei. Toen ik per ongeluk beneden aan de deur luisterde.”
Haar vader kijkt haar niet-begrijpend aan.
“Mijn enige zoon die een meisje wil zijn. Waar heb ik dat aan verdiend? Dát zei je. Ik heb het heus wel gehoord!” Nicky’s benen voelen als elastiek, zo bibberen ze. In een flits ziet ze dat haar moeder een hand voor haar mond slaat.
“Wat?” Carlijns gezicht is één groot vraagteken.
“Heb ik dat gezegd?” vraag haar vader. Hij staart Nicky een beetje verwilderd aan.
“Ja! Toen ik acht was, ik stond beneden in de gang en ik hoorde dat je dat tegen mama zei.”
Eindelijk, eindelijk heeft ze het gezegd. De rest rolt er vanzelf achteraan.
“Maar ik ben je zoon niet, omdat ik geen jongen bén. Ik ben een meisje! Daarom wil ik niet naar de kapper. Als ik dat meisje niet mag zijn, ben ik nog liever dood!”
Door een waas van tranen ziet ze hoe haar vader haar op een vreemde manier aanstaart. En dan voelt ze plotseling Carlijns arm om haar schouders en haar stem die heel ver weg klinkt: “Láát Nicky een meisje zijn, ze kan niet anders. Ze doet het niet expres.”