Categorie archief: Meisjesdroom

Meisjesdroom (5)

 

“Nicky, we gaan eten!”
Nicky schrikt. Het gaat zo lekker met haar spreekbeurt. Bijna af! Ze rekt zich uit en geeuwt. Dan slaat ze de tekst op. Stel je voor dat ze dát vergeet. 

“Het ruikt lekker, mam. Wat eten we?” vraagt Nicky als ze beneden komt.
“Stamppot. Dek jij even de tafel?”
“Sorry, mam, van daarnet. Maar ik ga morgen echt niet naar de kapper.”
“Strakjes, ik ben nu met het eten bezig”, wimpelt haar moeder af.
“Waar is pap?”
“Nog even met Tup naar buiten.”
“Ik was toch net met hem geweest?”

Even later zitten ze met z’n allen aan tafel: vader, moeder, Carlijn en Nicky.
“Is er iets?” vraagt Carlijn.
Nicky blikt naar haar vader. Waarom kijkt hij zo streng?
“Ik hoorde van mama dat je niet van plan bent om naar de kapper te gaan. Moest je zo tegen haar tekeer gaan?” vraagt hij bars.
“Ik wil niet dat mijn krullen eraf gaan. Ik wil lang haar.”
Wat klinkt haar stem raar. Alsof ze schor is.
“Dat kun jij wel willen, maar dat willen wij niet.”
Nicky staart naar haar bord. Ze heeft opeens geen honger meer.
“Waarom moet Nicky eigenlijk naar de kapper?” vraagt Carlijn. “Dat lange haar staat haar juist zo mooi!”
Nicky ziet dat haar vader rood wordt en haar moeders ogen heen en weer schieten.  
“Bemoei je er niet mee, Carlijn!”
“Pap, ik ben zestien, hoor!”
Nicky houdt haar adem in. Dit gaat goed en niet goed. Wat lief dat Carlijn haar helpt! Maar haar vader…haar vader. Zijn hoofd is nog roder dan eerst.
Waar ze het lef vandaan haalt, weet ze niet. Maar ze hoort zichzelf vragen: “Waarom mag ik geen meisje zijn?”
En dan gaat ze verder: “Ik kan het niet, een jongen zijn. Ik ben het niet en ik wil het ook niet zijn! Ik weet wel wat je toen zei. Toen ik per ongeluk beneden aan de deur luisterde.”
Haar vader kijkt haar niet-begrijpend aan.
“Mijn enige zoon die een meisje wil zijn. Waar heb ik dat aan verdiend? Dát zei je. Ik heb het heus wel gehoord!” Nicky’s benen voelen als elastiek, zo bibberen ze. In een flits ziet ze dat haar moeder een hand voor haar mond slaat.
“Wat?” Carlijns gezicht is één groot vraagteken.
“Heb ik dat gezegd?” vraag haar vader. Hij staart Nicky een beetje verwilderd aan.
“Ja! Toen ik acht was, ik stond beneden in de gang en ik hoorde dat je dat tegen mama zei.”
Eindelijk, eindelijk heeft ze het gezegd. De rest rolt er vanzelf achteraan.
“Maar ik ben je zoon niet, omdat ik geen jongen bén. Ik ben een meisje! Daarom wil ik niet naar de kapper. Als ik dat meisje niet mag zijn, ben ik nog liever dood!”
Door een waas van tranen ziet ze hoe haar vader haar op een vreemde manier aanstaart. En dan voelt ze plotseling Carlijns arm om haar schouders en haar stem die heel ver weg klinkt: “Láát Nicky een meisje zijn, ze kan niet anders. Ze doet het niet expres.”

 

Meisjesdroom (4)

Nicky gaat aan haar bureau zitten en start haar laptop. Opschieten, opschieten! Haar handen jeuken. Straks gooit ze dat langzame kutding gewoon uit het raam, en springt ze er zelf achteraan. Is ze meteen van alles af: van de kapper, van haar vader, van haar moeder. En van haar zus, met haar dikke tieten.
Eindelijk, opgestart, hè hè. Waar is haar spreekbeurt ook alweer opgeslagen? Ze kan het woord bijna niet uit haar strot krijgen. Gen-der-dys-fo-rie. Wie heeft dat verzonnen? Daar gaat haar spreekbeurt over. Over meisjes die eigenlijk jongens zijn en over jongens die eigenlijk meisjes zijn. Over háár.
“Ik heb gekozen voor dit onderwerp,” leest Nicky hardop, “omdat ik een jongenslijf heb, maar geen jongen ben.” Ik ben geen jongen, denkt ze, maar wat ben ik eigenlijk wel? Geen jongen, maar ook geen echt meisje.
Ze staart naar de foto op haar bureau, waarop kleine Nicky van vier haar vrolijk aankijkt. Nicky met haar staartjes en roze strikjes. Trots laat ze haar barbie zien. Nicky, het meisje dat van dansen en van spelen in de poppenhoek op school hield. Het meisje dat thuis jurkjes droeg, maar naar school gekleed ging in een lange broek…
Bijna iedereen in haar klas weet het, behalve de vier kinderen die vorig jaar in de groep 7 zaten die verdeeld werd over alle achtstegroepers. Hoe zullen zij reageren? Wat als ze haar uitlachen? Of nog erger: pesten? En dan? Als iedereen gaat meedoen?

Meisjesdroom (3)

Nicky springt van haar bed en gaat voor de spiegel staan. Hier staat ze elke dag en fantaseert hoe het is om als meisje geboren te zijn. Met echte tieten! Ze pakt sokken uit haar klerenkast en maakt van elke sok een bolletje. Die bolletjes stopt ze onder haar trui. Kijk! Nu heeft ze tieten! Ze zet haar handen in haar zij en steekt haar neppers naar voren. Dan draait ze en kijkt van opzij in de spiegel. Haar tieten steken parmantig vooruit. Ze draait nog een slag, zodat ze met haar rug naar de spiegel staat. Ze mist de bh-bandjes! Bh-bandjes, die zichtbaar zijn door haar truitje.
Wacht!  Ze kan best wel even de bh van Carlijn lenen. Haar zus is toch nog niet thuis van school. Snel sluipt ze naar Carlijns kamer, grist een van haar bh’s uit de kast en sprint terug naar haar eigen kamer. Ze stopt de sokken in de bh. Hoe krijgt ze die nu om, zonder dat de sokken eruit vallen? Wacht: eerst de bh om en dan pas de sokken erin. Maar hoe moet ze dan die bh vastmaken? Hoe doet haar vriendin Lara dat? En Carlijn? Waarom weet ze dat nou niet. Dan maar niet vastmaken, besluit ze. Gewoon dichthouden met haar handen. Hup, sokken erin. Gelukt! Nicky draait rond voor de spiegel. Cool! Van achteren zijn de bandjes zichtbaar en van voren heeft ze tieten! Ze gooit haar haren naar achteren en likt met haar tong over haar lippen. Nu nog mascara en oogschaduw.
Dan klinkt plotseling Carlijns stem van beneden. Nicky hoort haar zus op de gang. Haastig trekt ze haar truitje over haar hoofd en trekt de bh uit. Beneden gaat de keukendeur dicht. Nicky sprint naar haar zus’ kamer en legt de bh terug op de plank. Voorlopig kan ze alleen maar dromen van tieten…

Meisjesdroom (2)

“Mam, ik ben even boven, aan mijn spreekbeurt werken”, roept Nicky zodra ze met Tup thuiskomt.
“Nicky, wacht even.” Haar moeder komt haastig de gang op. “Ik heb een afspraak voor je bij de kapper morgen.”
“Mam, dat méén je niet!” zegt Nicky. Ze zakt neer op de onderste traptrede.  Het voelt alsof een emmer water in haar gezicht gegooid wordt. Haar mooie, lange zwarte krullen! Ze is er zo trots op…
“Ik ga niet. Mijn haar gaat er niet af.”
“Nicky toe, een beetje bijpunten.”
“Een beetje bijpunten?” Nicky springt overeind. “Ik ga niet,” roept ze nog een keer, “je bekijkt het maar.” Dan rent ze met grote passen naar boven en knalt de deur van haar slaapkamer dicht. Keihard trapt ze tegen haar bureaustoel. Ze heeft zin om met dingen te gooien. Waarom mag ze niet gewoon lange haren? Haar ouders weten toch dat ze een meisje wil zijn? Zéker haar moeder!
Ze zakt op haar bed neer. Alsjeblieft, papa, alsjeblieft, noem me alsjeblieft Nicky! Ze heeft het hem al zo vaak gevraagd. Gesmeekt! Maar hij blijft haar maar Nick noemen. Altijd maar weer Nick, Nick, Nick. Waarom mag ze niet zijn wie ze is? Waarom helpt haar moeder haar niet? Ze zal nooit, maar dan ook nooit de jongen worden, die haar vader zo graag ziet. Ik ben nog liever dood dan een jongen te moeten zijn, denkt ze. En dat is jouw schuld, pap. En ook de jouwe, mam. Ik stik hier in huis.

 

Meisjesdroom (1)

“Nick, gooi die deur niet zo hard dicht!”
Nick! Ze haat die naam. Waarom zegt haar vader niet gewoon Nicky? Iedereen noemt haar toch zo! Bokkig trekt ze de capuchon over haar hoofd. Nu begint het ook nog te regenen. Ze rilt en duwt haar handen dieper in de zakken van haar jas.
“Opschieten, Tup”, maant ze het kleine teckeltje, dat ijverig snuffelt in het gras. Door haar vader moet Nicky nu weer aan dat gesprek denken dat ze lang geleden per ongeluk opving. Een gesprek tussen haar ouders.
“Mijn enige zoon die een meisje wil zijn”, hoorde Nicky haar vader zeggen. “Waar heb ik dát aan verdiend?”
Acht jaar was ze en ze begreep er niets van. Wat haar vader zei klonk akelig en ze kon het maar niet uit haar hoofd zetten. Inmiddels weet ze maar al te  goed wat hij bedoelde. Maar Nicky heeft er toch niet om gevraagd? Geboren worden als jongen, een jongenslijf hebben, maar geen jongen zijn. Nicky. Een meisje, geboren in het verkeerde lichaam. Een lichaam waar ze een hekel aan heeft. Een jongenslichaam: hoekig en dun…
“Kom, we gaan terug”, roept Nicky naar het hondje dat enthousiast naar haar toe rent en naar haar kuiten hapt. “Niet doen! Hier, je riem moet weer om.” Nicky grijpt Tup bij zijn nekvel en klikt vlug de riem vast aan de halsband.
“Gelukt, stoute hond”, zegt ze, terwijl ze even achter zijn oren kriebelt. “En nu snel naar huis”, roept ze en ze rent weg, met Tup op haar hielen.