Categorie archief: Algemeen

Onbereikbaar dichtbij

Een jaar lang reisde ik bijna elk weekend naar Limburg, om mijn moeder te bezoeken, die in een verzorgingshuis woonde, omdat ze dementerend was.
Hoe vaak heb ik niet de wens uitgesproken dat het afgelopen zou zijn?   
Haar verwardheid, haar paniek en onrust. Haar kwetsbaarheid. Het was allemaal zo pijnlijk om mee te maken.
Maar ook was er altijd weer haar humor, haar lieve lach en haar opgewektheid. 
Dat alles is nu voorbij.
Mijn moeder is dood.
Er is opluchting,
maar ook leegte.
En het is zo stil.

Haar kamer in het verzorgingshuis is leeg, alle spullen zijn verdeeld en wat niemand van haar kinderen wilde hebben, is afgevoerd.
Het bed waarin ze overleed is weggehaald en staat waarschijnlijk al weer bij een nieuwe bewoner op de kamer…

Wat zullen we haar missen. Haar verhalen over alles en iedereen, haar vragen en haar ondeugende opmerkingen. We hebben haar zo lang bij ons mogen hebben. Daar zijn we dankbaar voor.
Vanaf nu zullen we geen nieuwe dingen meer meemaken met haar, er zullen geen nieuwe ervaringen meer bijkomen.
Het is zo stil.

Schrijver en dichter Mischa de Vreede schreef ooit: ‘Dat is wel het vervelendste van het doodgaan van mensen: dat jij met hen ook alles wat je voor hen betekende verliest…Niet alleen ben je de ander kwijt, je gaat zelf ook een beetje verloren.’

Wat overblijft zijn alle herinneringen. Het zijn er zoveel!
Op zoek naar herinneringen, vind ik in een doos een brief van mijn moeder, die ze schreef aan mij in 1991, twee maanden nadat mijn vader overleed. 
Terwijl ik de brief een paar keer lees, lijkt het alsof ze naast me zit.
Ze schreef dat ze naar de mis was geweest en dat ze daar samen met nichtje Bernadette herinneringen had opgehaald aan mijn vader. Dat was echt fijn, zo schreef ze.
Verder schreef ze dat ze die dag helemaal niks ging doen en dat ze af en toe zo’n dagje nodig had om herinneringen te zoeken. Ze had de kast opgeruimd, maar de kleren van mijn vader kon ze nog niet weggooien. Ze eindigde de brief met dat ze weer moest huilen. En dat het pijn deed.  

Haar brief ontroert en raakt me.  Ik heb me nooit gerealiseerd dat ze zo mooi kon schrijven. Nu ik de brief weer lees, vallen me hele andere dingen op dan destijds, toen ik de brief kreeg.  Ik zie nu pas hoe open ze was in deze brief over haar gevoelens. En hoe ze zichzelf toestond om te rouwen.
Dat is wat wij nu ook gaan doen.
Tijd nemen om te rouwen en te beseffen dat ze niet meer terugkomt.
Maar dat er zoveel mooie herinneringen zijn, die we in ons hart bewaren.

Zomaar een moeder

Het verhaal van Mariam. Zomaar een moeder. Een moeder die haar zoon verloor in Syrië. Vermoord door aanhangers van Assad. Zomaar een jongen, die zijn identiteitskaart niet bij zich had toen hij op de eerste dag van de Ramadan de moskee bezocht. Die gearresteerd werd, gemarteld, vermoord. Zijn overlijdensbewijs is een van de weinige dingen die Mariam meenam, op haar vlucht naar Jordanië. Het tastbare bewijs van zijn leven. Het bewijs dat hij bestaan heeft.
Daar in Jordanië, vlak over de grens van Syrië, woont ze nu in een tentenkamp. Samen met haar broer en haar twee andere zoons. Samen met 70.000 andere vluchtelingen uit Syrië. Ieder met zijn eigen verhaal.
Zomaar een moeder, voor wie de glans uit haar leven verdween, toen de troepen van Assad de keel van haar zoon doorsneden. Zomaar een moeder, wier hart brak. Zomaar een moeder die haar zoon verloor. Haar kind, haar meest kwetsbare ‘bezit’.
En de wereld kijkt toe.

Misselijk

Als ouders van een vijftienjarige dochter hebben we een afspraak met haar lerares wiskunde voor een kort gesprekje. Bij binnenkomst meldt de vrouw dat ze zich niet helemaal goed voelt, ze is al de hele dag misselijk.
Tijdens het gesprek zie ik haar af en toe slikken – het lijkt alsof ze kokhalst – en ik vraag of het gaat. Ze zegt dat ze het gevoel heeft dat ze moet braken.
“Misschien moet je die prullenbak die daar staat naast je zetten”, stel ik voor. Ik zit inmiddels op het puntje van mijn stoel, klaar om weg te sprinten. Ook mijn echtgenoot ziet het blijkbaar niet zitten om nog langer een beroep op haar te doen en zegt: “We ronden het af, dan gaan wij naar huis en kun jij gaan braken.”
Als we weggaan, zie ik dat ze snel de prullenbak naast zich zet.

“De heren bankiers hebben er een klerezooi van gemaakt”

“U hebt de bijna-ondergang van het kapitalisme bewerkstelligd, waar communistische partijen sinds de Tweede Wereldoorlog in heel Europa niet in zijn geslaagd.” Ewald Engelen houdt een vurig betoog. Mensen in de zaal lachen en applaudisseren. Wilfred Nagel van ING staart nors voor zich uit, alsof hij in een te zure appel heeft gebeten.

Vanavond, 3 februari ben ik bij het drukbezochte debat in De Balie over het Verweesde Bankwezen. Aanwezig zijn: Wilfred Nagel en Maurice Oostendorp, leden van de Raad van Bestuur van ING en van SNS Reaal, Sweder van Wijnbergen, hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam en Kees Vendrik, lid Algemene Rekenkamer.
Nooit gedacht dat de banken nog eens mijn interesse zouden hebben. Totdat ik twee uitzendingen van Radar zie over de schuldvraag en de bankencrisis. In begrijpelijke taal! Die uitzendingen raken me en mijn interesse is geboren.

Nagel benadrukt dat er veel óver banken gesproken wordt, maar vanavond ook mét de banken. En dat vindt hij goed. Ook vertelt hij dat nu, in vergelijking met een aantal jaren geleden, het risicodragend vermogen van de banken ongeveer verdubbeld is. “We hebben een redelijk efficiënt bankwezen, maar er is nog veel voor verbetering vatbaar”, hoor ik Nagel zeggen. “Zo moet er gezorgd worden voor simpele transparante producten tegen een faire prijs.”
Dat klinkt mooi! Ik vind het een hele geruststelling.

Dialoog
Daarna is het woord aan Oostendorp, die begint met een verwijzing naar het thema van het debat: “Het verweesde bankwezen…dat wil zeggen dat de banken geen ouders meer hebben.”
Oef, niet best, lijkt mij.
Oostendorp hoopt dat er over tien jaar herstel van vertrouwen is. “Een klant vertelde ooit aan mij dat hij 2 procent rente op zijn spaargeld krijgt, dat hij 4 procent rente voor zijn hypotheek betaalt en dat dit betekent dat wij 2 procent in eigen zak steken.” Hij benadrukt dat de bank gezamenlijkheid met de klanten zoekt en de dialoog wil aangaan. “Polarisatie is niet zinvol om tot verandering te komen. Er is een publiek manifest nodig om het vertrouwen te herstellen.”
De dialoog aangaan…Dat hoor ik vaak. Wie wil dat niet, tegenwoordig? Maar wat betekent het eigenlijk écht? Hoeveel invloed heb je als er een dialoog met je wordt aangegaan? Betekent dat je mag mee-beslissen of alleen maar zeggen wat je vindt?
Na de ‘bankenheren’ is het woord aan Sweder van Wijnbergen, hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens hem komen banken niet weg met de mededeling dat ze transparant moeten zijn. “Wat doe je als je ziet dat iemand zich de afgrond in werkt? Laat je hem dan daarin storten of ben je eerlijk, met het risico dat de klant naar een andere bank gaat?” vraagt Van Wijnbergen. In Amerika is afgedwongen dat banken meer eigen vermogen en meer regelgeving hebben. Volgens van Wijnbergen zou dat ook hier moeten gebeuren. “Banken met meer eigen vermogen hoeven minder gauw bij de overheid aan te kloppen als iets tegenzit.”

Collectief trauma
Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, ziet dat de fase van de ontkenning na een groot collectief trauma voorbij is. Bankiers beseffen nu dat ze de dialoog moeten aangaan. Vanavond is lovenswaardig. “Maar laten we niet vergeten,” zegt Engelen, “dat de heren bankiers er een klerezooi van gemaakt hebben! En dat er 120 miljard euro nodig was om ervoor te zorgen dat de kladderadatschj niet groter werd. Waarschijnlijk zijn we in 2017 pas weer op het niveau van 2008.” Maar Engelen wil ook vooruit kijken: hij vindt het “fantastisch dat we hier zitten”. Volgens hem is er inmiddels de nodige zelfreflectie bij de banken. Zo heeft Engelen onlangs zestig highpotentials van ING toegesproken. “Wie schetst mijn verbazing toen ik hen allemaal in een kring in vrijetijdskleding zag zitten en hun gesprekken gingen over ‘energie zoeken’, ‘dichtbij jezelf blijven’ en meer van dit soort klef spul. Dat was anders dan twee jaar geleden toen allen een pak en das droegen en het over liquiditeitsratio’s en solvabiliteitsratio’s ging.”
Kees Vendrik, lid Algemene Rekenkamer, signaleert dat de kredietverschaffing voor het MKB problematisch is en vindt dat er op korte termijn antwoord moet komen. Nagel herkent dit beeld niet en ziet ook niet aan de cijfers dat de banken de hand op de knop houden.

Ook al houdt de bank volgens Nagel de hand niet op de knop, feit is dat de last van de crisis voor een heel groot deel wordt afgewenteld op de burger. En die burger houdt wél de hand op de knip, met alle gevolgen van dien. Dat dit consequenties heeft voor het MKB én voor de werkgelegenheid, staat buiten kijf, lijkt mij.

Datalimiet overschreden: 709 euro

 

“Mevrouw?”
“Ja?”
“Het is inderdaad iets meer dan 350 euro…”
“Hoeveel dan?”
“Het is 709 euro.”
“Wat? 709 euro?” gil ik door de telefoon.
“Ja, dat klopt, maar we gaan nog kijken hoe dit precies heeft kunnen gebeuren”, probeert de medewerkster van de klantenservice mij gerust te stellen.
“Maar waarom hebben jullie niet gewaarschuwd toen de limiet in zicht kwam?”
“Normaal doen we dat ook, maar omdat er sprake was van één ononderbroken internetsessie van 7000 mb, konden we dat helaas niet doen.”

Als verlamd beëindig ik het telefoongesprek met de medewerkster van Ben, aanbieder van simkaartabonnementen. Heb ik het eigenlijk wel goed verstaan? Zei ze nou 709 euro of 1709 euro? Ik heb zin om met mijn hoofd tegen de muur te bonken. Maar dan zie ik mijn dochter Eva zitten, met tranen in haar ogen.
“Ik betaal alles terug”, piept ze.

Wat is er aan de hand?
Ik ontvang een mailtje dat mijn dochters abonnement (dat op mijn naam staat) tijdelijk geblokkeerd is, omdat de kosten van haar mobiele telefoon boven haar vaste maandbedrag zijn opgelopen tot boven de 350 euro. Ze blijkt over haar datalimiet te zijn heen gegaan. En niet zomaar eroverheen. Nee, fórs erover heen!
Op dezelfde dag dat ik dit mailtje krijg, ontvangt Eva twee sms’jes van Ben, op hetzelfde moment. Het eerste sms’je met een bericht dat ze 100% van de internetbundel heeft verbruikt, het tweede  dat ze 80% van de internetbundel heeft verbruikt.
Wat moet ik nou met deze tegenstrijdige informatie? Heeft Ben de zaken wel op orde?

Mijn man en ik vragen ons af hoe het kan dat onze dochter zo over haar limiet is heen gegaan. Sinds ze in de zomervakantie haar lang begeerde telefoon kreeg, schakelt ze braaf haar 3G uit als ze de deur uit gaat, zodat ze gebruik kan maken van wifi. Op aanraden van een vriendin installeert ze een mb-meter, waarmee ze dagelijks haar verbruik kan bijhouden.
Maar toch. Ondanks alle maatregelen, is er ergens iets heel erg fout gegaan.
Al speurend op internet komen we erachter dat het niet alleen gaat om het uitschakelen van 3G, maar ook om het uitschakelen van het mobiele netwerk. En dat staat AAN! Hoe dom kun je zijn als ouders om dat over het hoofd te zien? Ook komen we erachter dat T-mobile en KPN een gedragscode hebben ondertekend, waarin staat dat ze consumenten tijdig waarschuwen als ze over hun datalimiet dreigen heen te gaan. Maar wacht even. Ben is toch onderdeel van T-mobile?

Tijd om in actie te komen. We schrijven een brief aan Ben, waarin we vertellen dat we niet van plan zijn om het bedrag te betalen en dat we het conflict zullen voorleggen aan de Geschillencommissie. Voor alle zekerheid versturen we de brief aangetekend.
Een paar dagen later worden we gebeld door een vriendelijke mevrouw, die ons belooft om een overzicht van de internetgegevens toe te sturen, zodat we kunnen zien hoeveel mb’s per dag verbruikt zijn.

We vergelijken de gegevens van de mb-meter met de gegevens van Ben.
En. Dan. Hebben. We. Beet
Het eerste wat opvalt is dat het overzicht van Ben niet volledig is: er ontbreekt één dag.
Het tweede is dat de gegevens van Ben en van de mb-meter in de eerste twee weken van oktober nog wel overeenkomen, maar dat daarna de gegevens sterk van elkaar verschillen. Op de mb-meter blijkt dat Eva al een aantal dagen vóórdat de internetsessie van 7000 mb plaatsvond, over haar limiet is heen gegaan. Dat is echter niet af te leiden uit het overzicht van Ben. Ten derde heeft Ben de gegevens aangeleverd in een excel-bestand. Hoe gemakkelijk is het om dat te manipuleren? Of zie ik spoken en ben ik beïnvloed door het gedrag van medewerkers van de Rabobank? Als een ‘fatsoenlijke’ bank het niet kan laten om te rotzooien met rente om er zelf beter van te worden, waarom zou een aanbieder van simkaartabonnementen dan niet kunnen sjoemelen met gegevens? Maar stel dat Ben goudeerlijk is en die mb-meter niet klopt. Wat dan?
Er is een manier om dat te controleren. Ik installeer op mijn eigen mobiel dezelfde mb-meter die mijn dochter op haar telefoon heeft én nog een tweede mb-meter, die van KPN is. Als het goed is, zullen beide meters hetzelfde mb-gebruik laten zien en als dat zo is, kun je stellen dat de mb-meter van Eva echt wel betrouwbaar is.
Regelmatig check ik beide meters. En wat blijkt? Op elk moment van de dag geven ze  exact hetzelfde aantal verbruikte mb’s aan.

Met dit in ons achterhoofd nemen we weer contact op met Ben en leggen onze bevindingen voor. We bieden aan om naar Den Haag te komen om de mb-meter te laten zien. Maar dat kan niet, want er is geen bezoekadres. En dan…ontvangen we telefonisch én per mail het bericht dat het bedrag van 709 euro is teruggebracht naar 0 euro, met daarbij de volgende opmerking in de mail: ‘Je hebt ook aangegeven dat je gebruik maakt van de Ben applicatie, echter ondersteun ik deze applicatie niet. Ik ondersteun geen enkele applicatie. Wanneer je je gebruik van je mobiele telefoon wilt inzien, kun je de belstatus op je persoonlijke pagina bekijken. Ik wil hierbij wel attenderen dat dit een indicatie is en dat hierbij geen rechten aan kunnen worden verleend. Ik ben afhankelijk van het netwerk.’
Was getekend: Ben.

 

 

 

Pubershit (1) Een dooie pier

“Floor, mijn mobiel gaat. Daar!” gilt Jeanine. “Geef hem.”
“Waar?”
“Naast je.” Jeanine grijpt haar mobiel. “Het is mijn moeder!”
“Ja, mam, ik wilde net naar huis komen… Floor, hou op.” Jeanine duwt Floor, die net doet alsof ze haar wil zoenen, weg.
“Weet je, mam, net op het moment dat jij belde… Ja, ik kom.”
Jeanine baalt. Is ze wéér te laat thuis. En ze had nog zo beloofd om op tijd te zijn.
“Ik moet gaan. Hopelijk zie ik je straks nog. Maar ik weet niet of het mag.”
Jammer dat ze weg moet. Het is altijd zo leuk met Floor.

Thuis zitten haar ouders en zusje Erica al aan tafel. Wat kijken ze chagrijnig…
Snel schuift Jeanine aan.
“Ben je daar eindelijk?” vraagt haar vader nors.
Nee, ik loop nog op straat, denkt Jeanine.
“Het was leuk”, probeert ze, “Floor en ik deden net alsof we…”
“Je bent alwéér te laat. Jij zou toch zelf de tijd in de gaten houden? Maar nu moeten wij toch weer bellen. Hoe oud bén je eigenlijk?”
Jeanine hoort Erica gniffelen.
“Nou? Ben je het met me eens of niet?”
“Ja”, antwoordt ze zachtjes.
Hem gelijk geven is het beste. Dan mag ze misschien na het eten nog even naar buiten. Jammer dat haar moeder niets zegt. Meestal is ze het met hem eens, maar soms kan ze opeens roepen dat hij veel te streng is.  
“Ik begrijp dat niet. Je kunt toch op je telefoontje zien hoe laat het is? En je hebt een horloge. Waarom neem je dat niet mee?”
“Ik ben mijn horloge kwijt”, mompelt ze. “Heb jij het gezien, mam?”
“Waarom vraag je dat aan mama, het is toch jouw horloge? Je zoekt het zelf maar!”
Lusteloos lepelt ze in haar soep. Soep met vette stukjes vlees. Ook dat nog. Dan voelt ze een venijnige schop tegen haar been. Haar zusje steekt haar tong uit.
“Hou daarmee op!”
Ze ziet haar vader verward kijken.
“Heb je het tegen mij?”
“Erica schopt.”
“Stop daarmee”, maant haar moeder.
“Ik deed niks.” Erica trekt haar meest schijnheilige gezicht.
Wacht maar, denkt Jeanine. Jou krijg ik nog wel!

Na het eten gaat Jeanine naar haar kamer. Op zoek naar het horloge. Ze trekt de lades van haar bureau open en rommelt door haar spullen. Waar is dat ding toch? Nergens te vinden. Niet in haar la met make-up. Niet in haar la met tekenspullen. En ook niet in haar la met tijdschriften. Wacht eens. Zou Erica het hebben?
“Heb jij mijn horloge gezien?” vraagt Jeanine, terwijl ze de deur van Erica’s slaapkamer opengooit.
De kamer is leeg. Geen Erica. Jeanines ogen speuren rond. Onder het bureau ziet ze iets blauws. Het vest van Erica! Haar zusje heeft zich verstopt. Hoe kinderachtig!
“Waar is mijn horloge?” Ze geeft Erica een por in haar zij.
“Niet gezien”, zegt Erica. “Je moet beter op je spullen letten.”
“Rot op.”
Met een klap gooit Jeanine de deur van Erica’s kamer dicht. Je moet beter op je spullen letten! Moet zij zeggen.
Wanneer droeg ze het horloge voor het laatst? Dat was toen het bandje zo kriebelde! Ze heeft het  afgedaan en in haar laatje op school gestopt! Daar ligt het nu nog steeds. Ja, toch?

Ze rent de trap af naar beneden.
“Pap, mijn horloge is op school. Ik neem het maandag mee, ik vergeet het echt niet. Beloofd! Mag ik alsjeblieft nog met Floor naar buiten?”
“Wat vind jij?” vraagt haar vader aan moeder. Die knikt. Jeanine vliegt haar om de nek en geeft haar vader een zoen.
“Slijmerd”, zegt hij en aait even over haar wang, “half negen thuis.”
“Negen uur? Please, pap.”
“Half negen is half negen”, antwoordt haar moeder. 
“Maar morgen is het zaterdag…”
“Je kunt ook thuis blijven”, dreigt haar vader.
“Nééé!” roept Jeanine en ze danst de kamer door, draait zich bij de deur nog even om en werpt haar vader een kushand toe. Dan rent ze naar buiten en trekt de deur met een klap dicht. Ze weet zeker dat hij van achter het raam gebaart dat ze zachter moet doen. Doet ze lekker niet.

Bij het speelveldje aangekomen ziet ze James uit haar klas.
“Heb je Floor gezien?” vraagt ze.
“Nee”, mompelt hij.
“Kom, we gaan haar ophalen.”
“Oké.”
James loopt met haar mee. Jeanine kijkt van opzij naar hem. Haar vader vindt hem een dooie pier, omdat hij nooit iets zegt.
Floors moeder doet de deur open. Ze kijkt hen met vermoeide ogen aan.
“Floor ligt in bed, ze heeft straf.”
“Het is pas half acht”, zegt Jeanine, terwijl James en zij teruglopen. “Zou het erg zijn wat ze gedaan heeft?”
James haalt zijn schouders op.
“Ik zou wel balen met zo’n strenge moeder! Blij dat het de mijne niet is. Zijn jouw ouders eigenlijk streng?”
“Gaat wel.”
“Zullen we voetballen”, vraagt ze aan James, als ze bij het veldje aankomen.
“Oké.”
“Ik neem dit doel en jij dat.”
“Best.”
Nu Floor er niet is, heeft ze James lekker voor zichzelf alleen…Ook al is het een dooie pier, mooie ogen heeft hij wel!

 

 

Met andere ogen

Van wie heeft ze dat? Die fascinatie voor Manga en Anime?
We bezoeken het Wereldmuseum in Rotterdam. Mijn echtgenoot en ik. Samen met onze dochter.
The World of Manga.
Hoe oud is hij? Zestien? Hij zou ook dertien kunnen zijn.
Hij is prachtig.
Alerte donkere ogen kijken me aan. Zwart. Gitzwart. Onder elk oog is een zwart hoorntje getekend, met de punt naar beneden. Het zwart contrasteert met het oogwit. Daarboven zwarte, perfect gevormde wenkbrauwen.
Hij is prachtig.
Zijn zwarte haren hebben de vorm van de hoorntjes onder zijn ogen. Ze pieken alle kanten op. De styling is perfect.
Hij zit gehurkt in vechtershouding met in zijn rechterhand een boemerang. Voeten plat op de vloer. Lenig en soepel. Gespierde armen. Zijn huid is lichtgetint.
Hij is prachtig.
En dan. Ik kijk naar het beeld opzij. Twee jonge vrouwen. Of zijn het meisjes?
Ze zijn prachtig.
Ze. Staan. Rechtop. Niemand duwt ze omver. Hun voeten worden gedragen door stevige laarzen met dikke zolen. Lange handschoenen bedekken hun handen en onderarmen. Ze zijn bijna helemaal in het zwart gekleed. Het zwart contrasteert met de wijd uitstaande witte kanten rok van het ene meisje en de lichtblonde haren van het andere.
Ze zijn prachtig.

Fantasiestrijder en betoverende heldinnen.
Zo zelfbewust.
Is dat wat mijn dochter ziet?

Zomaar een moeder

Het verhaal van Mariam. Zomaar een moeder. Een moeder die haar zoon verloor in Syrië. Vermoord door aanhangers van Assad. Zomaar een jongen, die zijn identiteitskaart niet bij zich had toen hij op de eerste dag van de Ramadan de moskee bezocht. Die gearresteerd werd, gemarteld, vermoord. Zijn overlijdensbewijs is een van de weinige dingen die Mariam meenam, op haar vlucht naar Jordanië. Het tastbare bewijs van zijn leven. Het bewijs dat hij bestaan heeft.
Daar in Jordanië, vlak over de grens van Syrië, woont ze nu in een tentenkamp. Samen met haar broer en haar twee andere zoons. Samen met 70.000 andere vluchtelingen uit Syrië. Ieder met zijn eigen verhaal.
Zomaar een moeder, voor wie de glans uit haar leven verdween, toen de troepen van Assad de keel van haar zoon doorsneden. Zomaar een moeder, wier hart brak. Zomaar een moeder die haar zoon verloor. Haar kind, haar meest kwetsbare ‘bezit’.
En de wereld kijkt toe.

 

Zaken doen

“Kijk, als uw kleine overlijdt, dat is in principe duurder, want daar komt meer publiek op af”, zegt de verkoopadviseur van Dela op nonchalante toon tegen een jong stel. “Niet dat we dat willen, want we vinden het fijn als je heel oud wordt”, grinnikt hij. 

Mijn man heeft het altijd al gezegd: als je genoeg geld hebt, is een uitvaartverzekering niet nodig.  Wij hebben  er geen, maar ik ben er niet gerust op. Ook niet als ik op tv een reportage over natuurbegraafplaats Het Bergerbos in Limburg zie, goedkoper dan elders. Een plek zonder hekken en regels.  Die vrijheid spreekt me wel aan.  Maar begraven worden in Limburg… ik was juist zo blij dat ik er weg was.

Ik bezoek de internetsites van diverse uitvaartorganisaties. Voor  11 à 12 euro per maand schijn je al verzekerd te zijn.  Daar moet je niet moeilijk over doen. Dat bedrag kan op je 85ste oplopen tot 100 euro per maand. Maar hoe groot is de kans dat je zo oud wordt?  Op de site van Monuta is het mogelijk om je uitvaartstijl te bepalen. Kijk, dát is pas meedenken met je klant. Ik doe de test. Mijn stijl is luchtig. Ik ben een mens van gezelligheid en plezier. Een biljartje leggen bij mijn uitvaart past daar heel goed bij.  Biljartje leggen? Daar hou ik helemaal niet van en mijn dierbaren ook niet.  Ik lees verder dat ik bruis van energie en volop van het leven geniet. Ja! Dat klopt. Daarbij past een uitbundig afscheid, een spektakel. Nee, uitbundig hoeft ook weer niet.  Verwarrend allemaal.

Bij  Yarden sluit je vandaag een polis af en, ook al overlijd je over 2 maanden,  krijg je toch het volledige bedrag uitgekeerd.  Dat is goed zaken doen. Werf je een nieuwe verzekerde, dan krijg je een cheque cadeau, bijvoorbeeld een bloemenbon.  Ik verzin het niet.

“Heb je Rian al in haar rieten mand gezien”, vroeg iemand mij op de dag van de crematie van een vriendin. Ik schrok en zag meteen een wasmand voor me, het hoofd van Rian daar uitstekend. Gelukkig bleek het een dichte kist van riet te zijn, die Franse vrienden voor haar maakten.  Het vervoer kostte wat, maar verder was het een eenvoudig geheel.

Het is een mogelijkheid, zelf mijn kist vlechten en nieuwe leden werven voor Yarden.  Hoef ik in ieder geval niet terug naar Limburg voor mijn laatste reis.